Onze Visie

Kijken naar kinderen / visie / mensbeeld en doel van het onderwijs

We gaan er vanuit dat elk kind een uniek geestelijk wezen is dat op aarde wil incarneren. Een wezen met een unieke potentie, met eigen karma, met eigen kwaliteiten en behoeften, een eigen constitutie en eigen talenten. Maar ook met eigen vraagstukken om op te lossen en beperkingen om te overwinnen. Een wezen dat aanvankelijk nog heel veel hulp en ondersteuning nodig heeft, maar gaandeweg en geleidelijk aan tot een zelfstandig, zelfbepalend volwassen mens kan uitgroeien.

In ons onderwijs willen we recht doen aan het unieke wezen van het kind en het helpen in het vinden van de juiste verbinding met de wereld. Ons onderwijs begint bij het kind en wat hij of zij meebrengt en wil ontwikkelen. Dit proberen we als leerkrachten te ontdekken door het kind goed waar te nemen.

Ons onderwijs richt zich op wat we het kind meegeven voor het verdere leven, zodat het zo goed mogelijk in staat is zijn éigen leven te leiden, met vreugde en moed, in vrijheid en liefdevolle verbinding. We stellen ons de taak om oriëntatie te geven en het kind te helpen om beperkingen en belemmeringen te overwinnen.

Photo 2020 04 22 11 14 42

Kijken naar ontwikkeling / denken over ontwikkeling

We gaan ervan uit dat ieder kind een uniek individu is, en tegelijkertijd dat er in de ontwikkeling algemene menselijke wetmatigheden te ontdekken zijn die kunnen helpen bij het vormgeven van het onderwijs. Wanneer een kind op aarde komt krijgt het in het eerste jaar geleidelijk meer beheersing over het lichaam. Dat begint met het kunnen volgen met de ogen, vervolgens het optillen van het hoofd, het oprichten van de romp en tot slot het rechtop staan op eigen beentjes. Bij alle kinderen op aarde verloopt de eerste beheersing van het lichaam in deze volgorde, van boven naar beneden. Maar de manier waarop en het tempo waarin kenmerkt het individuele kind. We gaan ervanuit dat dergelijke wetmatigheden, met daarbinnen individuele kleur, ook voor de verdere ontwikkeling gelden. Op het eerste gezicht zijn die wetmatigheden misschien wat minder gemakkelijk fysiek waarneembaar omdat het terrein van ontwikkeling zich steeds meer naar het innerlijk van het kind verplaatst. 

Voor ons onderwijs is het stapsgewijze incarnatieproces de belangrijkste wetmatigheid. We beschouwen het kind niet als een volwassene in zakformaat maar echt als wezenlijk anders. Bepaalde delen van het kind zijn nog niet echt in deze wereld aangeland. Daarmee zijn bepaalde potenties nog niet beschikbaar en moeten vooralsnog door de omgeving vervuld en vertegenwoordigd worden.

We gaan ervan uit dat de mens niet alleen een fysiek wezen is, maar naast het fysieke lichaam ook een levenskrachtenlichaam, zielenlichaam en een Ik heeft en is. Deze verschillende wezensdelen worden niet tegelijk ‘geboren’ maar met grote tussenposen van ongeveer 7 jaar na elkaar (waarbij ook hier geldt, dat individuele kinderen van elkaar verschillen in wijze waarop en tempo waarin). Met de ‘geboorte’ is het proces niet af, maar begint juist de ontwikkeling en uitrijping volgens universele menselijke wetmatigheden. Een van de belangrijkste principes voor de ontwikkeling en uitrijping is door Rudolf Steiner o.a. aangeduid in de termen ‘nabootsing’, ‘navolging’ en ‘nastreving’.  In de woorden van Michael Winterhoff houdt dit in dat het kind een ‘afgegrensd volwassen tegenover-zich’ nodig heeft om zijn wezen te kunnen ontwikkelen en laten uitrijpen. Daar ligt de meest wezenlijke rol voor de leerkrachten, ouders en overige opvoeders.

Een meer uitgewerkt beeld hiervan en welke gevolgen dat voor ons heeft voor de het werk in de klas en de manier waarop we naar kinderen kijken in verschillende levensfases, is te lezen in het visiedocument.

Photo 2020 05 29 16 38 20

Gezonde ontwikkeling vraagt om gezonde omstandigheden

We streven ernaar om gezonde omstandigheden te schappen waarin kinderen zich zo optimaal mogelijk kunnen ontwikkelen. Naast de hierboven weergegeven uitgangspunten voor het onderwijs en de rol van de leerkracht schetsen we hieronder nog een drietal meer algemene uitgangspunten.

Allereerst een veilige en liefdevolle omgeving.  We willen het kind welkom heten in een atmosfeer van ongedwongen liefde die de omgeving gelijkelijk doorstroomt. We willen dat het kind zich, zoals Gordon Neufeld het uitdrukt, ‘liefdevol uitgenodigd voelt te bestaan in de nabijheid van de leerkrachten en ervaart dat de leerkrachten zich verheugen in zijn aanwezigheid’. We willen een veilige omgeving zijn omdat dat voorwaarde is voor ontwikkeling en leren, voor het zich liefdevol overgeven aan de wereld en haar verschijningen.

Ons tweede uitgangspunt vormt de objectieve werkelijkheid. Het kind komt met de fysieke geboorte in een volkomen nieuwe en onbekende wereld. Het heeft bescherming, verzorging, voeding en voorbeeld nodig om zich geleidelijk aan meer thuis te voelen en zich te leren oriënteren en doelgericht en effectief te bewegen in de wereld. Uiteindelijk zal alles aankomen op de relatie met de wereld, die zich geleidelijk ontwikkelt gedurende de kinderjaren. De taak voor ons als leerkrachten is, het subjectieve van het kind (de ziel en het ik) te leiden naar het juiste contact met het objectieve (de fysiek en de levenskrachten) en daarmee ook met de wereld (de praktijk / het dagelijkse leven). Hiervoor zien wij het als belangrijk dat het kind zich innerlijk verenigd voelt met wat het doet of maakt. Alles wat we aanbieden moet met het kind en zijn leven te maken hebben. We geven de kinderen daartoe een basiskennis van de mens waarbij de mens weer geplaatst wordt in het hele grote universum en hem daar zijn plaats geeft naar lichaam, ziel en geest. 

Ten derde een natuurlijke, verzorgde en echte omgeving. We gaan er vanuit dat niet alleen mensen maar ook de directe omgeving een voorbeeld en spiegel is voor het kind waaraan het zich kan ontwikkelen. De zintuigindrukken die het kind opdoet hebben een vormende werking en zijn daarom van groot belang. We streven er (daarom) naar veel in de natuur te zijn en te werken met natuurlijke materialen. Daarnaast is het verzorgen van die directe omgeving (het klaslokaal, de moestuin enz) een inherent onderdeel van het onderwijs. Tot slot zorgen we voor zo gezond mogelijke en vers bereidde voeding.

Lees meer over onze visie in ons visiedocument.